Ik zweer/beloof, dat ik de geneeskunst zo goed als ik kan zal uitoefenen ten dienste van mijn medemens.
Ik zal zorgen voor zieken, gezondheid bevorderen en lijden verlichten.
Ik stel het belang van de patiënt voorop en eerbiedig zijn opvattingen.
Ik zal de patiënt geen schade doen.
Ik luister en zal hem goed inlichten.
Ik erken de grenzen van mijn mogelijkheden.
Ik zal mij open en toetsbaar opstellen en ik ken mijn verantwoordelijkheid voor de samenleving.
Ik zal de beschikbaarheid en toegankelijkheid van de gezondheidszorg bevorderen.
Ik maak geen misbruik van mijn medische kennis, ook niet onder druk.
Ik zal zo het beroep van arts in ere houden.
|
|

Manuscript uit de 12e eeuw. |